De wetenschap achter het zuigen van de baby
Een succesvolle borstvoeding steunt op een wisselwerking tussen moeder en baby. Om te begrijpen hoe de baby zuigt en die kennis vervolgens in de praktijk toe te passen, is het belangrijk om eerst een goed inzicht te krijgen in de anatomie en fysiologie van lactatie en melkverwijdering. Samen met vooraanstaande deskundigen van de University of Western Australia onderzocht Medela de anatomie van de lacterende borst (koppeling naar het deel over het onderzoek naar de anatomie). Dit baanbrekende onderzoek plaatste vraagtekens bij eerdere bevindingen en heeft er toe geleid dat heel wat handboeken zijn herschreven.
Vanuit die nieuwe vaststelling was het duidelijk dat de nieuwe ontdekkingen over de werking van de borst mogelijk ook impliceerden dat er vragen zouden rijzen over de manier waarop de baby de melk uit de borst verwijdert. Daar was verder onderzoek voor nodig en de uiteindelijke resultaten bleken bijzonder interessant.
Halverwege de jaren '80 werd door Woolridge voor het laatst onderzoek gedaan naar de fysiologie van de melkverwijdering en de klassieke plaatjes die we sindsdien hebben gezien, kunt u hier bekijken:
Het klassieke beeld veronderstelt ruimere melkkanalen, die bekend staan als melkreservoirs,en die juist achter de tepel liggen en belangrijk zijn voor het verwijderen van melk. In onderzoek naar de anatomie van de voedende borst konden deze 'melkreservoirs' echter niet worden vastgesteld. In het onderzoek werd verder ontdekt hoe het kind de melk uit de borst verwijdert, en het resultaat hiervan zien we in deze beelden:
Ultrasoonbeelden van de zuigcyclus:
Een tragere versie waarbij we de werking van de tong zien:
De overlay in de volgende beelden maakt alles nog duidelijker:
